Een vroege hallenhuisboerderij
Het Rijksmonumentenregister dateert De Achterste Molenhoeve op 1711. Het beschrijft een gepleisterde boerderij onder een rieten wolfdak, met luiken en schuiframen met een kleine roedenverdeling. Binnen wordt een achttiende-eeuwse tegenschouw met geprofileerde houten kap genoemd. Het afzonderlijke bakhuis dateert uit het midden van de negentiende eeuw.
De zware houten gebinten verdelen het hallenhuis in een middenbeuk en zijbeuken. Wonen, vee, opslag en werk konden onder één grote kap worden gecombineerd. De RCE-opnamen uit november 1972 tonen zowel de woonvertrekken als de deel, kap, kelder en voormalige voederplaatsen. De monumentwaarde zit juist in die samenhang.
Landbouw naast papier
Een eindjaar voor het zelfstandige boerenbedrijf is nog niet vastgesteld. Wel maakt de boedelinventaris van pachter en papiermaker Klaas uit den Bogaard uit 1830 het dagelijks leven tastbaar: naast huisraad en grote voorraden papier worden vier koeien en een kalf genoemd. Landbouw en nijverheid bestonden in hetzelfde huishouden naast elkaar.
De in 1972 gefotografeerde voederplaatsen bewijzen dat de agrarische inrichting lang herkenbaar bleef. Zij bewijzen niet dat er toen nog een volledig boerenbedrijf werd gevoerd.
Mensen rond het complex
Aalt Barneveld kocht het complex in 1717 voor 4.250 gulden. Zijn zoon Ernst volgde hem in 1749 op. De familie verkocht in 1789 aan Henricus Poll. Rond 1800 wordt Klaas Schaddenberg als pachter en papiermaker genoemd; vanaf circa 1823 volgt Klaas uit den Bogaard. Later waren Johanna Poll en Daniël Jonker eigenaar of exploitant.
Deze namen horen bij de geschiedenis van het complex. Bewoning van precies de hoeve is niet in alle perioden afzonderlijk bewezen. Ook voor de families Overbosch en Eshuis en de latere directeurswoning moeten woningkaarten en leveringsakten de precieze jaren nog vastleggen.
Wat gebeurde er in 1966?
Een lokale tijdlijn vermeldt op 29 januari 1966 een wederopbouw in oude stijl van de Achterste Molenhoeve. Die vermelding is belangrijk, maar zonder het bouwdossier is niet duidelijk of sprake was van restauratie, gedeeltelijke herbouw of een verdergaande reconstructie.
Het jaartal 1711 dateert dus niet automatisch iedere zichtbare balk en steen. De foto’s uit 1972 laten zien wat zes jaar na deze ingreep aanwezig was. Een bouwhistorisch onderzoek kan het onderscheid tussen oorspronkelijke en vernieuwde onderdelen verder preciseren.
Bewerkt uit de familie-uitgave De Achterste Molenhoeve, hoofdstukken 1–7 en de bijbehorende bronverwijzingen. Feiten, reconstructies en open onderzoeksvragen zijn onderscheiden.
Blader door het volledige boek · De lange tijdlijn